De regels in het kort
- Het eerste woord dekt het middenvak en bestaat uit minstens twee stenen.
- Elk volgend woord sluit aan op wat er al ligt: het raakt een bestaande letter, en alles wat er dwars op ontstaat moet ook een woord zijn.
- Alle stenen van één zet liggen op één rechte lijn, zonder gat — letters die er al liggen mogen dat gat wel opvullen.
- Na je zet trek je aan tot je weer zeven stenen hebt, en is de volgende aan de beurt.
- Klopt er iets niet, dan zegt het spel wat er mis is en houd je je beurt en je stenen.
Je kunt in plaats van leggen ook ruilen (één tot zeven stenen, zolang de zak nog genoeg heeft) of passen. Het potje is uit zodra de zak leeg is en iemand zijn laatste steen legt, of zodra er drie keer op rij gepast wordt. De punten van de stenen die je overhoudt gaan van je score af; wie leeg speelt krijgt die van de anderen erbij.
